Niemandsland

Na vijf late diensten stap ik vlak voor middernacht in de auto. Terwijl de vorst in druppels van de ruiten druipt, blaast de verwarming hete lucht over mijn voeten. De motor bromt tevreden, ikzelf ook.
Ik mag 130, maar waarom zou ik? De snelweg is leeg, het is zondagnacht. Voor me en achter me niemand in zicht, totale leegte, totale stilte.  Alleen op het asfalt, alleen op de weg, alleen op de wereld.
Straatlantaarns uit, totale duisternis tot diep in de provincie. Rondom me slokt het donker mijn eenzame gele autootje op. Terwijl Ray LaMontagne me zachtjes toezingt opent zich boven me een complete sterrenhemel, donkerder en tegelijk ook lichter dan ooit zichtbaar is in de stad.

Ik ben nooit iemand geweest voor diepzinnige reflecties, maar op momenten als deze ben ik het gelukkigst en meest eenzaam tegelijk. De tijd om te denken, te luisteren, te voelen, is te kort en duurt veel te lang. Alleen op de weg, alleen op de wereld, alleen met mezelf en mijn gedachten. 
Muziek heeft de eigenschap te zich aan te passen aan een gemoedstoestand. Een onbestemd soort heimwee naar alles en niets in het bijzonder. 

Mijn voet voorzichtig op het gaspedaal. Ik heb geen haast, liever niet zelfs. Laat me maar even in dit niemandsland. De radio stottert. 
De lichten van de stad doemen op, het voelt als thuiskomen en tegelijkertijd het einde van  een reis. Thuis, maar veel te snel. De behoefte bekruipt me het stuur om te gooien, nog een rondje te rijden onder de met sterren bezaaide lucht. Een plekje te zoeken, en ongeplande donkere bestemming, en binnenin dit verwarmde stuk blik nog even alleen met wat muziek te zijn. Een deken van de achterbank om te slaan. Nog even alleen met mezelf te zijn. In eenzaamheid of alleenigheid, starend naar de sterren.

Voor momenten als deze is het woord melancholie bedacht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.