Mijn vader (een ode aan)

Mijn vader was een man die zijn auto dwars op de vluchtstrook langs de snelweg parkeerde, en daarmee direct de aandacht van passerende politie trok.
Vervolgens sprong hij in de stromende regen onhandig over het hek van een weiland, om een omgevallen schaap overeind te zetten.
De boze agenten wist hij moeiteloos te overtuigen tot hulp, waarna hij met het voltallige natgeregende corps mee naar het bureau mocht voor een kop koffie en een vriendelijk woord.

Mijn vader was een man die elke week met mij naar het zwembad ging, oneindig vaak mee van de glijbaan, en die zijn patatje en ijsje met mij deelde. Op latere leeftijd deelde ik het mijne met hem.
Mijn vader was een man die doordeweeks mijn Happy Meal-speeltjes voor me bewaarde, en in het weekend bleek mijn collectie altijd te zijn gegroeid. Hij verzamelde net zo fanatiek mee.

Mijn vader was een man die er op stond in hippiebusjes te rijden, je moest opgroeien in een Volkswagen vond hij. Iedereen moet in zijn leven ooit eens instantkoffie drinken bereid op het gasfornuis van zo’n lullig Westfaliakeukentje.
Hij geloofde niet in garages. Auto’s repareerden vanzelf volgens hem, en wonderbaarlijk genoeg klopte dit vaak. Als je het defect maar lang genoeg negeert lost het uiteindelijk wel op.
Mijn vader vond het geen probleem wanneer de auto zichzelf niet had genezen en wij weer met panne langs de weg stonden, in datzelfde Westfaliakeukentje soep te maken voor de Wegenwacht. Ook andere passanten waren welkom om aan te schuiven. Hij zette mij, negen jaar oud, achter het stuur terwijl hij het busje van A4 afduwde.
Auto’s behoren een naam te hebben zei hij. Mijn vader bedankte Rode Mien na elke rit met een klopje op haar dashboard, en heeft mij op het hart gedrukt altijd hetzelfde te blijven doen.

Mijn vader was een man die mij beschermde, maar meer nog naar me opkeek. Al op jonge leeftijd was ik de oudste van ons twee. Mijn vader zag er geen kwaad in om mij als klein meisje eieren in een koekenpan te laten bakken, terwijl hij in alle rust een film voor ons uitzocht. Ik kookte tenslotte beter dan hij.
We kwam elke week bij het wegrestaurant, hij voor een omelet en een flirt met de serveerster, ik voor de zak schepsnoep die we later samen deelden.

Mijn vader was een man die geen idee had hoe mijn leven er uit zag, wist niets van mijn interesses, werk, vrienden of achtergrond. Ik vertelde het hem regelmatig, maar het heeft nooit beklijfd. Hij kende al mijn favoriete kinderboeken en lievelingskleur, maar heeft nooit beseft dat ik ook een volwassen leven leidde.
Wel wist hij dat ik houd van chocomelk, whiskey en salmiak, dus deze curieuze combinatie had hij altijd in huis. Hij vertelde me eindeloos over alles wat zijn leven vormde, maar heeft maar weinig van het mijne kunnen onthouden.
Mijn vader was een man die de afgelopen twintig jaar ieder bezoek trots een blikje sperziebonen in zijn keukenkastje liet zien, nadat ik hem ooit verteld had dat je op kroketten alleen niet kunt overleven. Dat de houdbaarheidsdatum al vijf jaar verstreken was hebben we beiden nooit benoemd.

Mijn vader was een man met en zonder vooroordelen. Hij had niets met buitenlanders, maar iedere Marokkaan, Chinees, of homo die hij persoonlijk ontmoette was oprecht zijn allerbeste vriend.
Mijn vader was charmant, innemend, en maakte geen enkel onderscheid. Hij heeft mij jarenlang vol trots voorgesteld aan zijn vrienden, collega’s, en alle meisjes uit de hoerenbuurt. Pas later begreep ik dat dit laatste wat opmerkelijk was.

Mijn vader had zijn huis vol staan met alles wat hij mooi vond. Een eclectisch geheel van antiek, art deco, en allerhande spullen van alle kringlopen in Noord Holland. Hello Kitty en Betty Boop naast de Charles Eames.
Zou gauw je iets van zijn inrichting mooi vond stond hij er op dat je het mee nam. Hij heeft zijn laatste trui nog voor me ingepakt.
Bij elk bezoek had hij een compleet ander huis, gaf zijn bank nog weg aan de eerste beste liefhebber.

Mijn vader was een man voor de struisvogelpolitiek.
Als je niemand vertelt dat je ernstig ziek bent zal het ook wel niet waar zijn. Net als bij zijn busje lost ook dit zichzelf wel op.
Mijn vader begreep niet waarom ik kwaad was toen hij een verjaardagskaart en afscheidsbrief in dezelfde enveloppe verstuurde. Gefeliciteerd met je dertigste,  binnenkort ben ik dood. Beiden brieven ondertekend met de smiley die hij mijn leven lang onder elke kaart schreef.
Hij was blij een postzegel te hebben uitgespaard.

Mijn vader was een man die in het revalidatiecentrum voor het eerst van zijn leven ageerde, tegen het eten van een stukje brood. Niet tegen de chemo’s, niet tegen de dood.
Voor mij wilde hij wel een hapje nemen trouwens. Ook een Mars wilde hij wel met me delen. Een kroket zat er dan weer niet in.
Het laatste rolletje drop en zijn sjaal gaf hij aan me mee. Hij wist dat ik de kleuren mooi vond.

Mijn vader was een man zonder een greintje negativiteit in zich. Hij had geen gevoel voor sociale constructies, weinig besef van normen en grenzen, maar bezat tegelijkertijd een grenzeloos optimisme.
Elke zonsopkomst was de mooiste ooit, elke omelet de lekkerste tot zo ver, en elk eendje in de gracht een reden om mij op te bellen om deze te beschrijven. Al was het maar om mijn stem te horen.
Ik ben trots dat ik zijn enthousiasme en oog voor kleine, idiote dingen heb mogen erven. In de loop van de jaren blijk ik toch meer op hem te lijken dan ik dacht. Gelukkig.

Na elke autorit bedank ik mijn auto met een klopje op het dashboard, en tot zo ver heeft hij gelijk gehad. Geen panne.

4 gedachten over “Mijn vader (een ode aan)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.