Nachtterreur

Uitgeput laat ik me op bed vallen. Moe, maar prima tevreden na een lange dag. Langzaam maar zeker vallen mijn ogen dicht. Mijn ledematen worden zwaar. Mijn hoofd rust comfortabel op het zachte kussen, de geur van pas gewassen beddengoed in mijn neus. Er klopt iets niet. Een gevoel van naderende dreiging maakt zich van mij meester.
Mijn slaperige hersens proberen wijs te worden uit deze gedachten. Dreiging, onheil. Maar waarom?
Een oorlog lijkt niet reëel, en daarbij richten Duitsers zich tegenwoordig liever op het eten van bratwurst dan op rassenmoord. Een overstroming kan het ook niet zijn. Op de eerste verdieping heb je geen reddingsboot nodig, en daarnaast is zwemmen goed voor lijf en leden. De cruciale leeftijd voor kinderlokkers ben ik sinds enkele decennia gepasseerd, en de monsters onder het bed zijn minder angstaanjagend dan de plukken stof die zich daar al tijdenlang ophopen. Tevreden draai ik me om.

Maar dan, wanneer alles pais en vree lijkt, klinkt vanuit de verte opeens gezoem. Dichter en dichterbij, tot ik niets anders hoor dan een luide brom die doordringt tot in m’n hersenpan. Een mug.
Licht aan, rechtop in bed. Zoekend naar de entiteit die mijn nachtrust zo bruut verstoort. Uiteraard niets te vinden. Licht weer uit, wetende dat dit ritueel zich de hele nacht zal blijven herhalen, tot het moment dat ik in blinde razernij dan maar op de bank ga slapen. Kussen over m’n hoofd. Ook daar zoemt die klootzak dwars doorheen.

Weet dat kutbeest niet dat die horren voor de ramen daar voor hem hangen? Dat die met gevaar voor eigen leven zijn opgehangen om te voorkomen dat zo’n minderwaardig creatuur als hij de slaapkamer binnendringt?
De boeddhist in mij heeft ernstige twijfels. Reïncarnatie is allemaal hartstikke leuk hoor, maar wat voor een verachtelijk leven moet je in godsnaam geleid hebben om terug te keren als mug? En wat voor een sadistisch, verdorven hart moet je herbergen, om al je insectuele frustraties te komen uitleven in uitgerekend mijn slaapkamer? Dan heb ik nog liever de Duitsers op bezoek.

Drie dagen lang heeft deze zespotige hufter zich rond mijn slaapkwartier opgehouden. Drie dagen lang verstrikt een cyclus van gezoem, van oplaaiende, grenzeloze woede vanwege een minuscuul klein bloedzuigertje dat beter in verstoppertje blijkt dan je mag verwachten van zo’n beestje. Drie dagen lang heb ik mezelf verbaasd over mijn nachtelijk vocabulaire aan scheldwoorden, deze blijkt creatiever en uitgebreider dan ik voor mogelijk hield.
Maar uiteindelijk zegeviert het recht. Na een 72 uur durende battle royale met dit ranzige insect, ligt er bij het ochtendgloren een lijkje in de vensterbank. Hij zuigt mijn bloed, maar houdt geen rekening met zijn beperkte levensspanne.
Ik heb het inmiddels stijve lichaampje opgepakt, en begraven in een bloempot. En vannacht, vannacht zal ik dansen om zijn graf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.